- awash als bijvoeglijk naamwoord:
- 1
awash
bijvoeglijk naamwoord
1 awash
Covered with water:
— The main deck was afloat (or awash).
— The monsoon left the whole place awash.
synoniemen: afloat, flooded, inundated, overflowing.
Moby betekeniswoordenboek: afloat, at flood, bathed, deluged, dipped, drenched, dribbling, dripping, dripping wet, drowned, engulfed, floating, flooded, immersed, in spate, inflood, inundated, macerated, oozing, overflowed ... meer laten zien.
Vind elders meer over awash: etymologie - rijmwoorden - Wikipedia.
debug info: 0.0148