- cigaret als zelfstandig naamwoord:
- 1
cigaret
zelfstandig naamwoord
1 cigaret
Finely ground tobacco wrapped in paper; for smoking.
synoniemen: butt, cigarette, coffin nail, fag.
Nederlands: kankerstok, peuk, saffie, shagje, sigaret, sjekkie, strootje
Pools: papieros
Vind elders meer over cigaret: etymologie - rijmwoorden - Wikipedia.
debug info: 0.0153