- gangplank als zelfstandig naamwoord:
- 1
gangplank
zelfstandig naamwoord
1 gangplank
A temporary bridge for getting on and off a vessel at dockside.
synoniemen: gangboard, gangway.
Nederlands: gangboord, koebrug, loopbrug, loopplank
Moby betekeniswoordenboek: Bifrost, access, adit, air lock, approach, bascule bridge, bateau bridge, bridge, cantilever bridge, catwalk, corridor, drawbridge, entrance, entranceway, entry, entryway, floating bridge, flyover, footbridge, gangboard ... meer laten zien.
Vind elders meer over gangplank: etymologie - rijmwoorden - Wikipedia.
debug info: 0.0144