go past
werkwoord
1 go past
Move past.
synoniemen: go by, pass, pass by, surpass, travel by.
Nederlands: langskomen, overdrijven, overtrekken, passeren, voorbijgaan, voorbijkomen, voorbijtrekken
2 go past
Be superior or better than some standard.
synoniemen: exceed, overstep, pass, top, transcend.
Nederlands: ontstijgen, overstijgen, overstralen, overtreffen, overvleugelen, uitsteken, uitstijgen, verbeteren, voorbijstreven
Vind elders meer over go past: etymologie - rijmwoorden - Wikipedia.
debug info: 0.0165