- gosling als zelfstandig naamwoord:
- 1
gosling
zelfstandig naamwoord
1 gosling
Young goose.
Nederlands: domme gans, ganzenjong, gansje
Pools: gąsię, gęsię, gąsiątko
Moby betekeniswoordenboek: Bantam, banty, barn-door fowl, barnyard fowl, biddy, birdling, broiler, brooder, broody hen, calf, capon, catling, chanticleer, chick, chickabiddy, chicken, chickling, chicky, cock, cockerel ... meer laten zien.
Vind elders meer over gosling: etymologie - rijmwoorden - Wikipedia.
debug info: 0.0138