- nance als zelfstandig naamwoord:
- 1
nance
zelfstandig naamwoord
1 nance
Offensive term for a homosexual man.
synoniemen: fag, faggot, fagot, fairy, pansy, poof, poove, pouf, queen, queer.
Nederlands: flikker, Hagenaar, holtor, mietje, nicht, poot, reetkever, Utrechtenaar
Pools: pedał, ciota, pedzio
Vind elders meer over nance: etymologie - rijmwoorden - Wikipedia.
debug info: 0.0148