- penis als zelfstandig naamwoord:
- 1
penis
zelfstandig naamwoord
1 penis
The male sex organ (`member' is a euphemism).
Nederlands: fluit, geslachtsdeel, jongeheer, joystick, leuter, lid, lul, penis, piel, piemel ... meer laten zien
Pools: ptaszek, wacek, pisior, siusiak, naganiacz
Moby betekeniswoordenboek: bag, ballocks, balls, basket, beard, breasts, cervix, clitoris, cod, cods, cullions, family jewels, female organs, genitalia, genitals, gonads, labia, labia majora, labia minora, lingam ... meer laten zien.
Vind elders meer over penis: etymologie - rijmwoorden - Wikipedia.
debug info: 0.0151