putz
zelfstandig naamwoord
1 putz
Yiddish A fool; an idiot.
Pools: baran, półgłówek, dureń, bałwan, przygłup, ptasi móżdżek, głąb kapuściany, bezmózgowiec, głupi, kurzy móżdżek ... meer laten zien
2 putz
Obscene terms for penis.
synoniemen: cock, dick, pecker, prick, shaft, tool.
Nederlands: fallus, fluit, geslachtsdeel, jongeheer, joystick, klok-en-hamerspel, leuter, lid, lul, mannelijkheid ... meer laten zien
Pools: chuj, trzonek, lacha, koń, pała, kutas, fiut
Vind elders meer over putz: etymologie - rijmwoorden - Wikipedia.
debug info: 0.017