- sapling als zelfstandig naamwoord:
- 1
sapling
zelfstandig naamwoord
1 sapling
Young tree.
Nederlands: jonge boom, jongeling, jong boompje
Pools: sadzonka
Moby betekeniswoordenboek: adolescent, baby, conifer, evergreen, fledgling, fruit tree, hardwood tree, hopeful, infant, junior, juvenal, juvenile, minor, pollard, pubescent, scion, seedling, set, shade tree, shoot ... meer laten zien.
Vind elders meer over sapling: etymologie - rijmwoorden - Wikipedia.
debug info: 0.0158