- influx als zelfstandig naamwoord:
- 1
influx
zelfstandig naamwoord
1 influx
The process of flowing in.
synoniem: inflow.
Roget 294: ingress; entrance, entry; introgression; influx, intrusion, inroad, incursion, invasion, irruption; ingression; penetration, interpenetration; illapse†, ... meer laten zien
Nederlands: toevloed
Pools: napływ, przypływ
Moby betekeniswoordenboek: accession, affluence, afflux, affluxion, augmentation, encroachment, entrance, entrenchment, impingement, imposition, increase, incursion, indraft, indrawing, infiltration, inflooding, inflow, influxion, infringement, injection ... meer laten zien.
Vind elders meer over influx: etymologie - rijmwoorden - Wikipedia.
debug info: 0.0155