- ambit als zelfstandig naamwoord:
- 1
ambit
zelfstandig naamwoord
1 ambit
An area in which something acts or operates or has power or control::
— The ambit of municipal legislation.
synoniemen: compass, orbit, range, reach, scope.
Roget 230: outline, circumference; perimeter, periphery, ambit, circuit, lines tournure†, contour, profile, silhouette; bounds; coast line. zone, belt, ... meer laten zien
Nederlands: omvang, domein, invloedssfeer, bereik, draagwijdte, raam, reikwijdte, scope
Pools: zakres
Moby betekeniswoordenboek: alentours, ambience, arena, bailiwick, beat, border, borderland, borderlands, circle, circuit, circumambiencies, circumjacencies, circumstances, compass, constituency, context, cycle, demesne, department, domain ... meer laten zien.
Vind elders meer over ambit: etymologie - rijmwoorden - Wikipedia.
debug info: 0.0152