lordliness
zelfstandig naamwoord
1 lordliness
2 lordliness
Overbearing pride evidenced by a superior manner toward inferiors.
synoniemen: arrogance, haughtiness, hauteur, high-handedness.
Nederlands: arrogantie, eigendunk, hooghartigheid, hoogmoed, hovaardigheid, hovaardij, ijdelheid, inbeelding, verbeelding, verwatenheid ... meer laten zien
Pools: zaczepność, arogancja
Moby betekeniswoordenboek: arbitrariness, augustness, authoritarianism, authoritativeness, autocraticalness, bossism, courtliness, dignifiedness, dignity, domineering, domineeringness, elitism, grandeur, gravity, high-and-mightiness, imperativeness, imperiousness, kingliness, loftiness, magisterialness ... meer laten zien.
Vind elders meer over lordliness: etymologie - rijmwoorden - Wikipedia.
debug info: 0.0169