- prat als zelfstandig naamwoord:
- 1
prat
zelfstandig naamwoord
1 prat
The fleshy part of the human body that you sit on.
synoniemen: arse, ass, backside, behind, bottom, bum, buns, butt, buttocks, can ... meer laten zien.
Nederlands: achterste, achtersteven, achterwerk, batterij, bibs, bips, derrière, fundament, gat, hol ... meer laten zien
Pools: cztery litery, pupa, tyłek, zadek
Moby betekeniswoordenboek: arse, artifice, ass, backside, behind, bottom, bum, can, gimmick, maneuver, play, ploy, rear, ruse, shenanigan, stratagem, tail, wile.
Vind elders meer over prat: etymologie - rijmwoorden - Wikipedia.
debug info: 0.0417