- blooper als zelfstandig naamwoord:
- 1
blooper
zelfstandig naamwoord
1 blooper
An embarrassing mistake.
synoniemen: bloomer, blunder, boner, boo-boo, botch, bungle, flub, foul-up, fuckup, pratfall.
Nederlands: blunder, domheid, dommigheid, enormiteit, ezelachtigheid, flater, misgreep, miskleun, misser, misslag ... meer laten zien
Moby betekeniswoordenboek: bloomer, blunder, bobble, bonehead play, boner, boo-boo, boob stunt, boot, break, bull, bungle, dumb trick, faux, fluff, fool mistake, foozle, foul-up, gaffe, goof, howler ... meer laten zien.
Vind elders meer over blooper: etymologie - rijmwoorden - Wikipedia.
debug info: 0.0476