- bumbler als zelfstandig naamwoord:
- 1
bumbler
zelfstandig naamwoord
1 bumbler
Someone who makes mistakes because of incompetence.
synoniemen: blunderer, botcher, bungler, butcher, fuckup, fumbler, sad sack, stumbler.
Nederlands: stumper, prutser, stoethaspel, sukkel, blunderaar, knoeier, klungelaar, kluns, klungel, beunhaas ... meer laten zien
Pools: brakorób, brakoróbca, fuszer, niedbaluch, partacz
Vind elders meer over bumbler: etymologie - rijmwoorden - Wikipedia.
debug info: 0.0427